Een medewerker draagt normaal maat L, maar krijgt een softshell jas die bij de schouders trekt. Een collega bestelt een werkbroek in dezelfde confectiemaat als zijn spijkerbroek en ontdekt pas na het bedrukken dat de taille goed zit, maar de broekspijpen te kort zijn. Bij T-company zien we dat maatproblemen meestal ontstaan wanneer een team één algemene kledingmaat doorgeeft voor verschillende kledingstukken.
Snel antwoord: zo bepaalt u de maat voor bedrijfskleding
Gebruik deze volgorde om maten vast te leggen voordat de kleding wordt bedrukt of geborduurd:
- Bepaal per functie welke kledingstukken en pasvormen nodig zijn.
- Vraag de actuele maattabel van ieder gekozen merk en model op.
- Meet borst, taille, heup en binnenbeenlengte volgens vaste instructies.
- Vergelijk lichaamsmaten met de maattabel, niet met bestaande kledinglabels.
- Bestel of reserveer een representatieve proefset voor het team.
- Laat medewerkers passen met de kledinglagen die zij tijdens het werk dragen.
- Registreer de gekozen maat per kledingstuk en pasmodel.
- Controleer alle maten vóór bedrukking, borduring en de definitieve bestelling.
Een maattabel is dus het vertrekpunt. De pasronde bepaalt uiteindelijk of een maat ook tijdens het werk bruikbaar is.
Begin de maatvoering van bedrijfskleding bij het kledingpakket
Leg eerst vast wat iedere functie daadwerkelijk krijgt. Anders verzamelt u maten zonder te weten waarop die maten betrekking hebben.
Neem als doorlopend voorbeeld een fictief installatiebedrijf met 24 medewerkers. Veertien monteurs werken hoofdzakelijk buiten, zes medewerkers werken in het magazijn en vier mensen hebben een binnenfunctie. Het kledingpakket bestaat uit twee polo's, een sweater en een softshell jas voor iedereen. Monteurs en magazijnmedewerkers krijgen daarnaast twee werkbroeken.
De eerste fout zou zijn om alle medewerkers alleen te vragen naar hun maat voor bovenkleding en hun broekmaat. Een polo kan ruim vallen, terwijl de gekozen softshell juist een aansluitend model heeft. De werkbroek is bovendien verkrijgbaar in normale, korte en lengtematen. Er zijn dus minimaal vier afzonderlijke maatkeuzes per medewerker nodig.
Noteer per functie ook de gebruiksomstandigheden. Een buitenjas moet mogelijk over een sweater passen. Een polo die onder een werkjas wordt gedragen mag juist niet te ruim zijn. Medewerkers die veel knielen, hurken of boven schouderhoogte werken hebben extra bewegingsruimte nodig, ook als een kleinere maat er tijdens stilstand netter uitziet.
Voor technische, logistieke en andere operationele functies helpt onze uitleg over werkkleding met logo kiezen per branche om eerst het juiste kledingpakket samen te stellen. Pas daarna heeft het verzamelen van maten voldoende context.
Hoe leest u een maattabel voor bedrijfskleding?
Een maattabel koppelt lichaamsmaten of productafmetingen aan een artikelmaat. Controleer altijd welke van de twee wordt gebruikt. Dat verschil veroorzaakt veel verkeerde bestellingen.
Bij een tabel met lichaamsmaten meet u rechtstreeks op het lichaam. Een borstomvang van 104 centimeter kan bijvoorbeeld naar maat L verwijzen, terwijl het kledingstuk zelf ruimer is om beweging mogelijk te maken. Bij een tabel met productafmetingen staat mogelijk de halve borstbreedte van een platliggend shirt. Een gemeten breedte van 54 centimeter betekent dan niet dat het geschikt is voor een lichaamsomvang van precies 108 centimeter. Er is ruimte nodig tussen lichaam en stof.
De internationale norm ISO 8559-1 beschrijft anatomische definities en methoden voor lichaamsmetingen. U hoeft die norm niet volledig uit te werken voor een bestelling, maar vaste meetpunten zijn belangrijk. Zonder vaste methode meet de ene medewerker de taille bij de navel en de andere op de broekband.
Meet bovenkleding als volgt. Leg het meetlint horizontaal rond het breedste deel van de borst, zonder het strak te trekken. Meet de natuurlijke taille op het smalste punt en de heup rond het breedste deel van het zitvlak. Voor werkbroeken meet u ook de binnenbeenlengte vanaf het kruis tot het gewenste einde van de broekspijp.
Laat medewerkers rechtop staan en normale, dunne kleding dragen. Meten over een dikke trui voegt onvoorspelbare ruimte toe. Voor een jas die over meerdere lagen wordt gedragen, kiest u de maat op basis van de maattabel en controleert u de benodigde ruimte tijdens de pasronde.
Lichaamsmaten zijn niet hetzelfde als vertrouwde confectiematen
Een kledinglabel is geen universele meeteenheid. Maat M van het ene merk kan qua borstbreedte dicht bij maat L van een ander merk liggen. Zelfs binnen hetzelfde merk kunnen een regular fit polo en een getailleerd overhemd anders uitvallen.
Gebruik daarom nooit een algemeen formulier met alleen XS tot en met 4XL. Vermeld altijd het merk, artikelnummer, kledingtype en pasmodel. Schrijf bijvoorbeeld niet alleen ‘softshell, maat L’, maar ‘softshell model A, herenpasvorm, maat L’. Dat maakt nabestellen veel veiliger.
Pasmodellen van bedrijfskleding vergelijken
De pasvorm bepaalt waar en hoeveel ruimte een kledingstuk biedt. Een slim fit model sluit doorgaans sterker aan bij borst, taille of benen. Een regular fit laat meer bewegingsruimte over. Een uniseks model is vaak rechter gesneden, maar kan bij sommige dragers te breed bij de schouders of juist te smal bij de heup vallen.
Kijk niet alleen naar dames- en herenlabels. Bied medewerkers waar mogelijk de keuze tussen beschikbare pasvormen. Een medewerker kan een rechte pasvorm prettiger vinden, ongeacht de commerciële benaming van het model.
Bij het installatiebedrijf blijkt tijdens de voorbereiding dat één uniseks polo voor het hele team praktisch lijkt. De maattabel laat echter grote sprongen zien tussen M en L. Voor medewerkers die precies tussen die maten vallen, wordt daarom ook een tweede polomodel met een andere snit opgenomen in de proefset. Dat voorkomt dat zij moeten kiezen tussen een te strak shirt en veel overtollige stof.
Bij broeken vragen taille en beenlengte afzonderlijke aandacht. Merken zoals Havep, Mascot en Dassy gebruiken niet voor ieder model dezelfde maatopbouw. Sommige series bieden meerdere lengtematen, andere werken met taille-intervallen. Vergelijk dus het specifieke artikel, niet alleen het merk. De vergelijking van Havep, Mascot en Dassy helpt om naast pasvorm ook materiaal, toepassing en assortiment mee te wegen.
Een proefset voor bedrijfskleding samenstellen
Een proefset hoeft niet iedere maat van ieder artikel te bevatten. Kies een reeks waarmee medewerkers de maatgrenzen en pasvorm kunnen beoordelen. Voor een team waarin de verwachte maten van S tot en met 3XL lopen, heeft een set met alleen M, L en XL weinig waarde. Bespreek vooraf welke uiterste maten nodig zijn en of verschillende lengtematen beschikbaar moeten zijn.
Neem van kritische kledingstukken meer maten op. Werkbroeken, getailleerde overhemden en nauwsluitende jassen leveren vaker twijfel op dan ruimvallende T-shirts. Van een sweater kan een beperkte reeks voldoende zijn als het model bekend is en de maattabel kleine stappen gebruikt.
Maak elk proefexemplaar herkenbaar met artikelnummer, maat en pasvorm. Gebruik daarvoor een tijdelijk label dat de kleding niet beschadigt. Laat de proefset nog niet voorzien van een logo. Een bedrukt of geborduurd artikel kan doorgaans niet zonder meer als onbewerkt voorraadartikel worden behandeld.
Plan vervolgens één of twee begeleide pasmomenten. Een doos in de kantine zetten met de vraag of iedereen zelf even wil passen, leidt vaak tot ontbrekende registraties en verwisselde maten. Wijs één beheerder aan die controleert welk artikel iemand past en welke maat wordt gekozen.
Laat medewerkers tijdens het passen de bewegingen uitvoeren die bij hun functie horen:
- armen boven het hoofd brengen en voorwaarts strekken;
- hurken, knielen en weer opstaan;
- een riem of gereedschapshouder dragen;
- de jas sluiten over de normale onderlagen;
- enkele minuten lopen en zitten.
Bij het fictieve installatiebedrijf past een monteur een werkbroek in maat 52. Staand oogt die goed, maar bij knielen trekt de taille sterk naar beneden. Maat 54 biedt voldoende bewegingsruimte, alleen zijn de pijpen te lang. De juiste keuze is daarom geen standaardmaat 52 of 54, maar maat 54 in een kortere lengtevariant.
Maten verzamelen binnen een team
Gebruik één centraal bestand en geef iedere medewerker een personeelscode. Registreer geen losse maten in e-mails, chatberichten en papieren notities. Die bronnen raken uit sync zodra iemand na het passen van maat verandert.
Een bruikbaar maatbestand bevat per regel één medewerker en per kolom één specifiek kledingstuk. Voeg de gemeten lichaamsmaten toe wanneer die nodig zijn om twijfelgevallen te controleren. Leg ook de datum van de pasronde en eventuele opmerkingen vast.
Onderstaande voorbeeldregels laten zien hoe de uitkomst voor het installatieteam kan worden geregistreerd. De waarden zijn fictief, maar de structuur is direct bruikbaar.
| Personeelscode | Borstomvang | Taille | Binnenbeenlengte | Polo | Softshell | Werkbroek | Pasnotitie |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| M01 | 102 cm | 88 cm | 81 cm | L regular | L | 48 normaal | Volledige bewegingsvrijheid |
| M02 | 110 cm | 96 cm | 76 cm | XL regular | XL | 54 kort | Standaardlengte te lang |
| M03 | 94 cm | 82 cm | 84 cm | M getailleerd | L | 46 lang | Jas gepast over sweater |
| W01 | 118 cm | 106 cm | 82 cm | 2XL regular | 2XL | 56 normaal | Extra ruimte nodig bij hurken |
Beperk de toegang tot het bestand. Lichaamsmaten zijn persoonsgegevens wanneer ze aan een medewerker te koppelen zijn. Artikel 5 van de Algemene verordening gegevensbescherming vereist onder meer doelbinding, minimale gegevensverwerking en passende bewaartermijnen. Verzamel daarom niet meer dan nodig is en wis ruwe meetgegevens wanneer alleen de definitieve artikelmaten bewaard hoeven te blijven.
Geef medewerkers een uiterste datum en bied een alternatief voor wie niet bij het gezamenlijke pasmoment kan zijn. Laat een afwezige medewerker bij voorkeur later dezelfde proefkleding passen. Zelf een bekende winkelmaat doorgeven is alleen verantwoord wanneer het exact hetzelfde artikel betreft.
Wat doet u met medewerkers tussen twee maten?
Een maattabel geeft vaak een bereik. Iemand met een borstomvang van 104 centimeter kan precies aan het einde van maat L vallen, terwijl de taille bij M hoort. Kies dan niet automatisch de grootste gemeten maat. Kijk welk lichaamsdeel bepalend is voor het kledingstuk en controleer beide maten fysiek.
Voor een polo bepaalt de borst vaak of het shirt goed sluit. Bij een werkbroek kunnen taille, heup, bovenbenen en beenlengte allemaal beslissend zijn. Voor een softshell jas tellen schouderruimte, armlengte en de onderlagen mee.
Pas bij twijfel beide maten. Beoordeel daarna niet alleen het spiegelbeeld, maar ook de functie. Een grotere sweater kan comfortabel zijn, terwijl een te ruime mouw bij machines onwenselijk is. Een strakke jas ziet er verzorgd uit, maar is onbruikbaar wanneer de drager zijn armen niet vrij kan bewegen.
Documenteer de keuze. Een notitie zoals ‘L gekozen vanwege sweater onder jas’ voorkomt dat een beheerder zes maanden later denkt dat de maat per ongeluk te groot is geregistreerd.
Maatvoering controleren vóór bedrukken of borduren

Logo's maken maatfouten kostbaarder. Controleer daarom het definitieve maatbestand voordat de kleding naar de textieldrukkerij of borduurafdeling gaat. Tel de aantallen per artikel, maat, kleur en pasvorm op en vergelijk het totaal met het aantal medewerkers en het afgesproken kledingpakket.
Controleer ook of de logopositie past bij het maatbereik. Een groot borstlogo kan op maat S te breed ogen, terwijl een klein logo op 4XL weinig aanwezig is. De gebruikelijke aanpak is één formaat dat binnen het hele bereik technisch en visueel werkt. Bij zeer uiteenlopende maten kunnen twee logoformaten nodig zijn, maar dat verhoogt de kans op productiefouten en kan gevolgen hebben voor de kosten.
Borduring maakt een deel van de stof stijver. Dat is meestal geen reden om een andere kledingmaat te kiezen, maar het kan wel merkbaar zijn op dunne of sterk rekbare kleding. Voor grote ontwerpen op de borst of rug is bedrukking soms comfortabeler. Lees vóór de productiekeuze het verschil tussen bedrukken en borduren op bedrijfskleding.
Lever het logo pas definitief aan wanneer artikel, kleur en positie vaststaan. De instructies voor een correct logobestand voor bedrukking of borduring voorkomen dat een maatronde wel goed is uitgevoerd, maar de productie alsnog vertraagt door een onbruikbaar bestand.
Zo verloopt de maatvoering van bedrijfskleding via T-company
Zelf maten verzamelen blijft een taak van de werkgever en de medewerkers. T-company kan wel helpen om de keuzes ervoor controleerbaar te maken en de bestelling te koppelen aan concrete artikelen.
Begin met het kledingpakket, het aantal medewerkers en de functies. Geef bij een offerteaanvraag voor bedrijfskleding aan welke kledingstukken nodig zijn, of er verschillende pasvormen gewenst zijn en of het team bijzondere lengtematen verwacht. Vermeld ook of de kleding over andere lagen wordt gedragen.
Daarna worden merk, model en beschikbare maatvoering relevant. U gebruikt de bijbehorende maattabellen om lichaamsmaten om te zetten naar voorlopige artikelmaten. Zijn medewerkers verdeeld over uiteenlopende posturen of zijn werkbroeken onderdeel van het pakket, bespreek dan vóór de definitieve bestelling hoe een proefronde kan worden ingericht. De beschikbaarheid van proefartikelen kan per merk, model en maat verschillen.
Na het passen levert u de aantallen per artikelmaat aan. Niet één totaallijst met algemene kledingmaten, maar een uitsplitsing per product. T-company kan de aanvraag vervolgens beoordelen in combinatie met de gekozen bedrukking of borduring. Onlogische aantallen, ontbrekende varianten of een logopositie die bij een artikel aandacht vraagt, kunnen zo vóór productie worden besproken.
Pas wanneer kleding, maten, kleuren, aantallen en logo-uitvoering bevestigd zijn, gaat de opdracht richting uitvoering. Dat controlemoment is belangrijk. Gepersonaliseerde kleding is niet hetzelfde als een onbedrukt kledingstuk dat eenvoudig terug het schap in kan.
Heeft u al een maatbestand maar twijfelt u over de gekozen modellen, neem dan contact op met T-company voordat u medewerkers opnieuw laat meten. Mogelijk ligt het probleem niet bij de meting, maar bij de pasvorm of maatopbouw van het artikel.
Bedrijfskleding bestellen en later nabestellen
Bewaar na levering de definitieve artikelgegevens, niet alleen de maat. Noteer merk, artikelnummer, kleurcode, pasvorm, maat, logo-uitvoering en besteldatum. Een omschrijving als ‘zwarte polo XL’ is na een jaar onvoldoende wanneer meerdere zwarte polo's in het assortiment staan.
Vraag medewerkers bij ontvangst om de kleding ongewassen te passen en afwijkingen direct te melden. Vergelijk een melding met het ondertekende of digitaal bevestigde maatbestand. Daarmee wordt duidelijk of het verkeerde artikel is geleverd, verkeerd is geregistreerd of anders valt dan het proefexemplaar.
Houd rekening met personeelswisselingen en slijtage. Een kleine onbedrukte voorraad van veelgebruikte basismaten kan snelle inzet mogelijk maken, maar voorraad brengt risico mee. Modellen kunnen wijzigen, medewerkers kunnen andere maten nodig hebben en ongebruikte kleding bindt budget. Voor kleine teams is bestellen op naam vaak verstandiger. Bij een groot team met regelmatige instroom kan een beperkte voorraad van bewezen hardlopers praktisch zijn.
Controleer bij iedere nabestelling of het artikel nog dezelfde specificaties en maatvoering heeft. Een opvolgend model met een vergelijkbare naam kan anders vallen. Laat nieuwe medewerkers daarom niet automatisch een oud proefmodel passen zonder het artikelnummer te vergelijken.
Veelgemaakte fouten bij maten voor bedrijfskleding
De meest voorkomende fout is vragen: ‘Welke kledingmaat heeft u?’ Die vraag lijkt efficiënt, maar levert gegevens op uit verschillende merken en kledingtypen. Vraag per gekozen artikel welke maat na vergelijking of passen geschikt is.
Een tweede fout is alleen de borst- en tailleomvang meten. Voor standaard T-shirts kan dat voldoende lijken, maar werkbroeken vereisen vaak een binnenbeenlengte en jassen vragen aandacht voor mouwlengte en schouders.
Ook wordt de maatlijst soms al naar productie gestuurd terwijl enkele medewerkers nog ontbreken. Hun maten worden later mondeling toegevoegd, waardoor de telling niet meer overeenkomt met het goedgekeurde bestand. Wacht op één volledige versie en geef die een versienummer en datum.
Andere herkenbare problemen zijn:
- passen zonder normale werklagen of gereedschapsriem;
- verschillende modellen onder één algemene maatkolom zetten;
- een proefset gebruiken zonder artikel- en maatlabels;
- uitsluitend beoordelen terwijl de medewerker stilstaat;
- maten afronden naar wat toevallig op voorraad is;
- na levering geen artikelcodes bewaren voor nabestellingen.
Vooral afronden naar voorraad verdient aandacht. Een alternatief model kan een geldige oplossing zijn, maar laat de medewerker dat model dan opnieuw passen. Vervang nooit stilzwijgend maat L van model A door maat L van model B.
Maatvoering per type bedrijfskleding
T-shirts en polo's
Controleer borstomvang, schouders en totale lengte. Katoenen shirts kunnen na wassen enigszins veranderen, afhankelijk van materiaal en wasvoorschrift. Kies niet preventief een veel grotere maat. Volg de productspecificaties en test bij een grote oplage eventueel eerst een onbedrukt exemplaar volgens het bedoelde wasproces.
Bij grote aantallen loont een strakke artikel- en maatadministratie extra. De gids over T-shirts bedrukken voor een grote oplage behandelt ook materiaal, druktechniek en kleurkeuze.
Sweaters, hoodies en werktruien
Pas deze kleding over het shirt dat medewerkers normaal dragen. Controleer mouwlengte, schouderruimte en de positie van de boord tijdens bukken en strekken. Bij hoodies kan de capuchon onder een jas oncomfortabel zijn. Test daarom het volledige kledingpakket, niet ieder artikel los.
Voor intensief gebruikte bovenlagen kunt u verschillende afwerkingen vergelijken op de pagina over werktruien borduren of bedrukken.
Softshell jassen en winterjassen
Bepaal vooraf of de jas een buitenlaag of tussenlaag is. Laat medewerkers de rits volledig sluiten en beide armen naar voren en omhoog bewegen. Controleer of de onderrug bedekt blijft en of de manchetten niet over de handen zakken.
Een jas die in de zomer over een polo wordt gepast, kan in de winter te klein zijn over een sweater. Neem de dikste normale combinatie mee naar het pasmoment.
Werkbroeken en veiligheidskleding
Werkbroeken vragen de nauwkeurigste pascontrole. Test knielen, traplopen en zitten. Controleer of kniezakken op de juiste hoogte vallen en of reflecterende of beschermende onderdelen op hun bedoelde positie blijven.
Bij gecertificeerde veiligheidskleding mag een logo de beschermende functie niet verstoren. Gebruik voor zichtbaarheidskleding de specifieke richtlijnen over high visibility kleding bedrukken.
Promotiekleding en kindermaten
Bij kortdurende acties ontbreekt vaak tijd voor een volledige pasronde. Werk dan met een duidelijk gecommuniceerde maattabel en bestel pas nadat deelnemers zelf een artikelmaat hebben bevestigd. Reserveer alleen extra maten wanneer de resterende kleding later bruikbaar is.
Kindermaten worden vaak aangeduid met lichaamslengte of leeftijd. Leeftijd is slechts een grove aanwijzing. Gebruik waar mogelijk lichaamslengte, borstomvang en de tabel van het gekozen artikel. Vraag een ouder of verzorger de maat te bevestigen en houd rekening met de datum waarop de kleding wordt gedragen.
Veelgestelde vragen over maten voor bedrijfskleding
Valt bedrijfskleding groter dan gewone kleding?
Niet structureel. Sommige modellen werkkleding bieden extra bewegingsruimte, terwijl andere juist aansluitend zijn om veilig en praktisch te werken. Vergelijk altijd de maattabel van het specifieke artikel en gebruik een proefexemplaar als de pasvorm kritisch is.
Welke lichaamsmaten moet ik opnemen voor bedrijfskleding?
Voor bovenkleding zijn borst, taille en soms heup en mouwlengte relevant. Voor broeken voegt u taille, heup en binnenbeenlengte toe. Het gekozen artikel bepaalt welke maat doorslaggevend is. Meet niet meer persoonsgegevens dan u werkelijk nodig heeft.
Moet iedere medewerker bedrijfskleding passen?
Bij een nieuw merk of model is passen de betrouwbaarste aanpak. Dat geldt zeker voor werkbroeken, jassen en getailleerde kleding. Bij een herhaalbestelling van exact hetzelfde artikel kan een eerder bevestigde maat worden gebruikt, mits de medewerker aangeeft dat die nog klopt.
Hoeveel maten moeten in een proefset zitten?
Neem voldoende maten op om het verwachte bereik van het team te dekken. Voeg bij werkbroeken ook relevante korte en lange varianten toe. Een kleine set is bruikbaar wanneer aangrenzende maten gepast kunnen worden en de tussenliggende keuze duidelijk uit de maattabel volgt.
Kan bedrukte bedrijfskleding worden geruild als de maat niet goed is?
Gepersonaliseerde kleding kan meestal niet op dezelfde manier worden geruild als een onbewerkt standaardartikel. Spreek de voorwaarden vóór bestelling af en controleer maten voordat productie begint. Juist daarom zijn een proefset en een schriftelijke maatbevestiging waardevol.
Wat als een medewerker later een andere maat nodig heeft?
Werk het centrale maatbestand bij en noteer de wijzigingsdatum. Controleer bij de volgende bestelling opnieuw het artikelnummer en de actuele maattabel. Bewaar een oude maat niet als vaste waarheid wanneer lichaamsbouw, functie of kledingmodel verandert.
Wanneer is de maatvoering klaar voor bestelling?
Bestel pas wanneer iedere medewerker per artikel een bevestigde maat heeft, twijfelgevallen zijn gepast en de totalen aansluiten op het kledingpakket. Controleer daarna artikelcodes, kleuren, pasvormen, lengtematen en logo-uitvoering in één definitief bestand.
Voor een klein team met bekende artikelen kan een maattabel voldoende zijn. Bij nieuwe modellen, uiteenlopende lichaamsbouw, werkbroeken of meerdere kledinglagen verdient een proefset vrijwel altijd de voorkeur. Die extra stap kost voorbereiding, maar voorkomt dat een volledige serie bedrukte bedrijfskleding ongebruikt blijft door een vermijdbare maatfout.
